Gerelateerde berichten

Uitvoering Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie moet prikkelender

  • 13 februari 2017

De huidige aanpak van het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie prikkelt partijen te weinig om op zoek te gaan naar nieuwe wegen voor klimaatbestendige en water robuuste inrichtingsmaatregelen. De huidige opvatting over de uitvoering – ‘het loopt allemaal wel’ – kan ertoe leiden dat het doel in  2050 niet wordt gehaald. Dit blijkt uit een recent verschenen tussentijdse evaluatie van de Deltabeslissing ruimtelijke adaptatie.

Een consortium van drie adviesbureaus, twee universiteiten en Deltares, heeft onderzocht of het Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie op koers ligt. Het programma dat in september 2014 is gestart is, heeft als tussendoel dat alle overheden in 2020 hun ruimtelijk beleid al helemaal hebben gebaseerd op het klimaatbestendig en water robuust inrichten. Voor 2050 heeft het programma als einddoel dat Nederland zo goed als mogelijk klimaatbestendig en water robuust is ingericht en er bij (her)ontwikkelingen het risico op schade en slachtoffers niet meer toeneemt.

Tandje erbij
In het rapport Tussentijdse evaluatie ruimtelijke adaptatie - reflecteren en Inspireren, concluderen de onderzoekers dat de betrokken overheden de klimaatadaptatie nog vaak oppakken als uitwerking van bestaand (afval)waterbeleid, zonder eerst zich af te vragen er aanvullend beleid nodig is of integratie met binnen bestaande beleid. Dit geldt in het bijzonder voor de  minder geïnstitutionaliseerde thema’s zoals hitte, droogte, vitaliteit en kwetsbaarheid.

Volgens de onderzoekers leunen te veel van de wel vernieuwende initiatieven op de trekkracht van gedreven individuen en hun inventiviteit. De beoogde vernieuwing vindt veelal plaatst binnen bestaande institutionele kaders en met een gebrek aan middelen. Volgens het rapport moet er voor de langere termijn, een ‘tandje bij’.

Uit het onderzoek blijkt verder dat de urgentie weliswaar breed wordt gevoeld , maar dat het urgentiegevoel sterk kan verschillen per deelonderwerp, waarbijh het gaat om waterveiligheid, vitaal en kwetsbaar, wateroverlast, hitte en droogte. Partijen komen nog in zeer ongelijke mate in beweging en daarbij valt op hoe groter de organisatie, hoe eerder zich die ongelijkheid voordoet. Voldoende kennis is niet alom aanwezig, waardoor vaak zicht op concrete handelingsopties ontbreekt, zo stellen de onderzoekers in het rapport.

Omgevingsvisie en watertoets
Het rapport adviseert betrokken partijen om meer gebruik te maken van de omgevingsvisie en de watertoets.Het opstellen van de omgevingsvisie kan gebruikt worden om te komen tot uitvoeringsafspraken, en waar nodig juridisch ondersteuning aan te brengen met regels in de omgevingsverordening (provincie), omgevingsplan (gemeente) en de waterschapverordening (waterschap).

Het rapport adviseert verder om eerder te beginnen met het proces van de watertoets. Dat maakt het mogelijk om de waterbelangen beter te borgen in alle schakels van de keten (bestemmen-inrichten-beheren). Neem daarbij de hele fysieke leefomgeving in ogenschouw, en niet alleen riolering of het watersysteem, zo luidt het advies.  Het gaat daarbij ook om watergangen, buizen, wegen, stoepranden, groenvoorzieningen, bergingsvoorzieningen, en particulier terrein.


(Waterforum Online)


Reacties (0)

U heeft een digitaal abonnement nodig om te kunnen reageren.