Gerelateerde berichten

Inaugurele reden Stefan Aarninkhof: Aandacht voor kust niet laten verslappen

  • 15 mei 2017

Onze kust is van nature erosief en vergt onderhoud in de vorm van zandsuppleties. Er wordt nu zo’n twaalf miljoen kubieke meter zand per jaar aangebracht, maar in de toekomst is waarschijnlijk meer zand nodig. De aandacht voor de kust mag dus niet verslappen. Dat was de strekking van de intreerede van professor kustwaterbouw Stefan Aarninkhof op 10 mei aan de TU Delft. 

Professor Aarninkhof nam vorig jaar als hoogleraar kustwaterbouw het stokje over van professor Marcel Stive. In zijn inaugurele rede met als titel ‘Over de grens van water en land’ pleitte hij voor optimalisatie van het kustonderhoud. Aarninkhof wees erop de zeespiegel naar verwachting sterker stijgt dan de laatste jaren werd gedacht. Op dit moment stijgt de zeespiegel in Nederland nu drie millimeter per jaar. Tot voor kort voorspelde het KNMI voor 2085 een zeespiegelstijging tot 80 centimeter. Echter nieuw KNMI-onderzoek naar het afbreken van ijsschotsen op Antarctica duidt erop dat een stijging van 2,5 tot drie meter in 2100 niet ondenkbaar is.

De kersverse professor kustwaterbouw tijdens zijn inauguratierede.

Extra suppleties
De tweede Deltacommissie, onder leiding van Kees Veerman, werd in 2008 nog weggehoond vanwege de toen veel te extreem geachte inschatting dat de zeespiegel in 2100 tussen de 60-130 centimeter zou stijgen. “Nieuwe inzichten maken dit scenario minder ondenkbaar”, zei Aarninkhof en hij bracht in herinnering dat de commissie voorzag dat zo’n sterke zeespiegelstijging vraagt om meer zandsuppleties. De commissie Veerman sprak destijds over een jaarlijkse suppletie van 85 miljoen kubieke meter bij een 1.20 meter hogere zeespiegel. 

Adaptatiestrategieën
“Gezien de snelheid waarmee de veranderingen zich voltrekken in relatie tot de lange levensduur en voorbereidingstijd van waterbouwkundige werken kunnen we het ons niet veroorloven om stil te blijven zitten”, zei Aarninckhof. “Om die reden wordt de verkenning van adaptatiestrategieën voor kustsystemen onder invloed van klimaatverandering één van de speerpunten van mijn onderzoek.”

Behoud van de kustlijn
Het Nederlandse kustbeheer wil de kustlijn van 1990 in stand houden, de zogenaamde Basis Kustlijn. In 2001 is besloten om ook het diepere deel van de kustzone tot de 20 meter dieptelijn mee te laten groeien met zeespiegelstijging. “Beide doelstellingen vergen onderhoud van de kust, bij voorkeur door het aanbrengen van zandsuppleties”, aldus Aarninkhof. “Het is zaak om na te gaan of onze suppletie strategie ook bij dergelijke grote volumes stand houdt. En of de Waddenzee en de Westerschelde bekkens mee kunnen groeien met extreme zeespiegelstijging door suppleren van het kustfundament.“

Financiering
Volgens Aarninkhof is het van belang dat de monetaire evaluatie van mega-suppleties zoals de Zandmotor niet plaatsvindt op het niveau van een individueel kustvak, maar voor de kust als geheel. “Binnen een individueel kustvak zal een mega-suppletie van 20 miljoen m3 voor twintig jaar het al snel afleggen tegen een regulier stramien van vier suppleties van 5 miljoen m3 elk. Simpelweg omdat de baten, voor zover deze al gekwantificeerd kunnen worden, niet opwegen tegen de besparingen door uitgestelde aanleg. 

Optimalisatie
Voor de hele Nederlandse kust ligt dit volgens de nieuwe professor anders. “Daar kan de beheerder in de totale onderhoudsbehoefte voorzien door een serie van periodieke mega-suppleties op strategische locaties. Dit combineert de integrale baten van een mega-suppletie met de voordelen van lage aanlegkosten. Als de versnelde zeespiegelstijging doorzet en jaarlijks intensiever kustonderhoud nodig is, leidt een dergelijke grootschalige, langjarige aanpak tot aanzienlijke optimalisaties.”


Stefan Aarninkhof pleit voor een observatorium van de Nederlandse kustlijn.

Observatorium
Tot slot pleitte Aarninckhof voor de inrichting van een Kustlijn Observatorium als onderdeel van een nieuw op te richten internationaal netwerk genaamd ICON: International Coastline Observatories Network. Op dit moment zijn er gesprekken met Australische en Amerikaanse partners voor een start van ICON op basis van Narrabeen (NSW, Australia), Duck (NC, USA) en een nog te bepalen Nederlandse site.


Marcel Stive blikte terug op zijn loopbaan.

Vooroever
Marcel Stive keek op 10 mei terug op zijn loopbaan aan de TU Delft en hield zijn afscheidsrede met als titel ‘Als de duinen breken’. Hij memoreerde aan de onderzoeksprogramma’s NatureCoast (een STW-Perspectief project) en Nemo (ERC-Advanced Researchers Grant) die op de zandmotor onder zijn leiding plaatsvonden. Dankzij het veldwerk is belangrijk meetwerk gedaan en is nieuwe apparatuur ontwikkeld. “We hebben geleerd dat het niet uitmaakt waar de suppleties worden aangebracht, als ze maar worden aangebracht. Het is gebleken dat het zand goedkoper op de vooroever kan worden aangebracht. Eenmaal aanwezig in het kustfundament maakt het deel uit van het hele zanddelende systeem”, zo doceerde Stive voor de laatste keer als professor kustwaterbouw.

(foto's: Jac van Tuijn)


(Waterforum Online)


Reacties (0)

U heeft een digitaal abonnement nodig om te kunnen reageren.